Het R-woord

Behalve het s-woord (‘speciaalbier’) kennen we ook het R-woord: het Reinheitsgebot. Vaak verkeerd begrepen, vandaar dat ik er eens een postje aan wijd.

Het woord “Reinheitsgebot” (RHG) is voor het eerst met bier in verband gebracht in de 20e eeuw. Ik zie 1910 en 1918 voorbij komen in de bronnen. Maar als we het over het RHG hebben, dan wordt daarmee de bepaling bedoeld die twee Beierse hertogen, de broers Wilhelm IV en Ludwig X, in 1516 uitvaardigden. Daarin stond het volgende te lezen:

Ganz besonders wollen wir, daß forthin allenthalben in unseren Städten, Märkten und auf dem Lande zu keinem Bier mehr Stücke als allein Gersten, Hopfen und Wasser verwendet und gebraucht werden sollen.

Waarom werd deze bepaling uitgevaardigd? Het zou te maken hebben met de zorg om de kwaliteit van het bier. De hertogen wilden niet dat er allerlei dubieuze, de drinkbaarheid vergrotende maar wellicht ook de geest verruimende en gezondheid bedreigende kruidelarij aan het bier zou worden toegevoegd.

(Overigens valt op dat gist, onmisbaar bij de bereiding van bier, niet genoemd wordt in de tekst. Wellicht vond men het niet belangrijk genoeg om te vermelden, omdat het eenvoudigweg niet als een grondstof werd gezien. Van het feit dat er zoiets als gist bestond, was men in de 16e eeuw wel op de hoogte, al duurde het tot ver in de 19e eeuw totdat de werking van gist zodanig werd bestudeerd en begrepen dat men deze wist te beteugelen en op een gecontroleerde manier kon toepassen. In 1551 overigens werd in een andere Beierse bepaling al wel ‘Hepffen’, Hefe, gist dus, genoemd. Er werd hierin zelfs expliciet van ondergisting gesproken.)

Als je je wat verder inleest in dit onderwerp wordt het echter duidelijk dat dat niet de enige, en zelfs niet de belangrijkste reden is geweest. De belangrijkste, misschien wel enige bedoeling van de Beierse bepaling lijkt te toch te zijn om de tarwe (weizen) uit handen van de brouwers te houden. Tarwe is immers nodig om het luxere witte brood en gebak van te maken. En dus wilde men die de tarwe voorbehouden aan de bakkers en de bierbrouwers tot het gebruik van gerst beperken.

Monopolie

En het gaat verder. Want er moest evengoed wel weizenbier worden gemaakt. En zo werden er privileges uitgedeeld aan brouwerijen die een monopolie kregen op het maken van het tarwebier. Dat monopolie ging van generatie op generatie over. Pas toen het tarwebier uit de mode raakte, en er nog slechts één brouwer (Georg Schneider, van de gelijknamige brouwerij) brood in zag, kwam er in de 19e eeuw een einde aan dit adellijke monopolie.

Overigens is het RHG niet de eerste, of enige, bepaling op het gebied van het brouwen van bier. Ook op andere plekken, en in andere tijden (ik kwam in de 12e, 13e en 14e eeuw terecht) werden regels uitgevaardigd die zich bemoeien met de grondstoffen, bereiding en de prijs van bier. Maar die zijn alleen nog bij historici bekend.

Alle geschiedenis ten spijt, anno 2017 hebben min of meer normaal georganiseerde landen een strenge wet- en regelgeving als het gaat om ons voedsel. Inclusief bier. De huidige wetgeving in Duitsland stelt dat voor ondergistend bier slechts gerstemout mag worden gebruikt; voor bovengistend bier (zoals weizen) en zogenaamde “bijzondere bieren” is meer, maar niet alle speelruimte.

Folklore

Het RHG is vandaag de dag dus vooral folklore. Folklore die wordt ingezet als marketinginstrument. Het RHG-woord moet namelijk kwaliteit impliceren. Want heel veel bier, de overgrote meerderheid, is strikt genomen volgens die bepaling uit 1516 gemaakt. Is dat dus per definitie goed bier? Nee, natuurlijk niet. En ook bier dat niet volgens het RHG gemaakt is, is niet per definitie slecht. Kortom, het zegt niets over de kwaliteit of smaak van het bier. Daar heb je als brouwer het RHG niet voor nodig.

Helemaal mooi wordt het als brouwers zeggen dat ze een weizenbier maken “volgens het Reinheitsgebot van 1516”. Als je bovenstaande hebt gelezen dan begrijp je dat de Duitse biersommelier Sylvia Kopp dit smalend als “veganistisch varkensvlees” betitelt in haar boek Barley & Hops, onder het kopje “The Purity Law Myth”. Volgens de Britse bierschrijver Ron Pattinson is het RHG zelfs een “load of old bollocks“.

Steeds meer hedendaagse Duitse brouwers zien het RHG als een loden last. Als een belemmering voor creativiteit. Ze spreken liever van het Freiheitsgebot, of het Genüssgebot. Brouwer Sebastian Sauer van Freigeist Bierkultur mag hierbij als voorbeeld dienen. Bekend zijn de verhalen van Duitse brouwers die hun bier in het buitenland laten maken, en vervolgens importeren in Duitsland om zo de verlammende regelgeving te omzeilen.

Argwaan

Kortom. Welke waarde je hecht aan het gebruik van een 20e-eeuws woord voor een 16e-eeuwse bepaling uit een ander land welke bedoeld was als protectionistische maatregel, en in het land van herkomst steeds vaker als last wordt gezien, moet je zelf weten. Maar Nederlandse brouwers die dat woord gebruiken om hun bier aan te prijzen, terwijl ze daarbij vrijwel nooit begrijpen hoe de vork in de steel zit, bekijk ik toch met een zekere argwaan. Als je als brouwer het RHG nodig hebt ter aanbeveling van je bier, dan spreekt het bier blijkbaar niet voor zichzelf. Eigenlijk weet je dan al genoeg.

o.a. gelezen:
[1] Sylvia Kopp, Barley & Hops
[2] Ron Pattinson, load of old bollocks
[3] Jeff Alworth, The Beer Bible
[4] Bier Magazin, nr. 1 2016
[5] Rolf Lohberg, Das grosse Lexikon vom Bier
[6] www.reinheitsgebot.de

Plaatje: Das grosse Lexikon vom Bier (p. 115)

Reageren is niet mogelijk