Carnaval in Amsterdam

Carnivale Brettanomyces, editie zes. De kermis der microscopisch kleine beestjes, die voor ons dat mooie bier maken dat onder de verzamelnaam ‘zuur bier’ snel furore maakt. Al is het nog steeds onder een microscopisch klein deel van de bierbevolking. Maar dat deel wordt wel groter en zal hopelijk snel het petrischaaltje ontgroeien. Emancipatie is een terugkerend thema op dit blog, en als er een bier is dat dat nodig heeft is het wel zuur bier. Dit jaar was het Carnivale over 4 dagen en 8 locaties in de stad (Amsterdam) verspreid. Lezingen, tap-takeovers, diners, meet & greets en vooral veel gezelligheid zoals dat een kermis betaamt. Enkele impressies.

Working class beer

De Waalse Kerk, vrijdag 23 juni 2017, 13:00 uur. Martyn Cornell vult de tijd totdat de videocamera gestart kan worden met de opmerking dat het leven van een beer historian dezer dagen steeds interessanter wordt. Er komt immers steeds meer online te staan, zoals jaargangen van lokale kranten, wat het doorprikken danwel bevestigen van biermythes steeds beter mogelijk maakt. Martyn schetst in een uurtje de geschiedenis van porter door de eeuwen heen. En zoals wel vaker bij bieren waar we nu een bepaald, min of meer vastomlijnd idee bij hebben blijkt ook porter meerdere gedaantes te hebben gehad.

Porter is begonnen als een ‘verbeterde’ brown ale in reactie op de komst van pale ale, waarbij meer mout werd gebruikt en ook vooral het rijpen op vaten leidde tot een ander bier. Het hield de porters (kruiers) in Londen aan de gang. Portertje er in, en weer door met zakken sjouwen. Martyn legt de link met het Vlaams roodbruin. Ook in die vaten in de kelders in Londen moet het hebben gewemeld van de wilde gisten en bacteriën en de porter van toen zou dus best hebben kunnen lijken op het Vlaamse roodbruine bier.

Porter was het working class bier, de sjiekere pale ale dat van de middle class. Porter werd het eerste bier dat op industriële schaal werd vervaardigd. De vaten werden groter, de brouwerijen en opslagruimtes talrijker en daarmee ook de ongelukken. Bekend is de London Beer Flood van 1814.

Het verhaal brengt ons ook langs het historische verschil tussen beer en ale (resp. wel en niet gehopt; de Britten begonnen vrij laat met het hoppen van bier), het woord stout (wat destijds ‘sterk’ betekende; het adjectief werd ook toegepast op andere bieren, bv. pale ale; overigens is er volgens Martyn geen verschil tussen stout en porter vandaag de dag), het uitsterven van porter in de 20e eeuw (mild ale en lager waren de opvolgers) en de wederopstanding er van.

Volgens Martyn is biersmaak voor een groot deel ook een generatiedingetje: je drinkt nou eenmaal liever niet wat je (groot)ouders drinken. Als nieuwe generatie wil je iets anders. En of dat zo is of niet – na de zit in het zaaltje in de Waalse Kerk waren de bezoekers wel bot toe aan een versnapering. Want een glaasje porter of twee had dit informatieve uurtje nog wat aangenamer kunnen maken.

Cloudwater, Hill Farmstead, Crooked Stave

De rest van de vrijdag was wat natter. Van binnen dan; het weer bleef goed. We begonnen de vrijdag overigens al om 11 uur ’s ochtends met de Mango Fruit Sour van Cloudwater. En verder ging het, langs bijvoorbeeld Hawkshead Solar Sour, Chorlton Sour Blend, Nevel (voorheen Katjelam) Saison Grape, LandLocked Black Treacle Stout, Crooked Stave Colorado Wild Sage en L’Brett D’Or. De rijen bij de Hill Farmstead-kraan buiten bij De Bierkoning waren lang. Mensen wilden niet alleen bier maar ook uitgebreide praatjes. Overigens wordt op de meeste plekken met teku-glazen gewerkt. Fijn.

  

Op een bierfestival drink je nooit alleen. We spraken over food pairing (wie verzint er een goed Nederlands woord?), over het maken van van bierboeken, over biertips voor op vakantie, over de grote brouwerijen versus de kleintjes, over consumentengedrag, over marketing, over of er niet gewoon gewerkt moet worden op een doordeweekse vrijdag, maar ook over familie, werk, het leven in het algemeen en dat van onszelf in het bijzonder.

Creativity and growth

Later die dag kwamen we terug in de Waalse Kerk voor een andere lezing. Het ging over de Goose Island Bourbon County Stout editie van 2015. U weet wel, die met de infectie. We kwamen door een misverstand te laat, maar leerden wel dat er een hele reeks aan maatregelen is genomen om “110%” te garanderen dat het niet meer gebeurt. Flash pasteurization is er daar één van.

Bij deze lezing was wel aan de inwendige mens gedacht: er stond een flesje of wat van deze geliefde vatgerijpte stout ter consumptie. (Niet de geïnfecteerde. Dat was nou wel interessant geweest, maar dat mocht niet van de bazen.) We dronken een glaasje, samen met Tim van Goose Island en Raymond van ZX Ventures, het disruptive bierbedrijf voor “creativity and growth” dat door AB InBev is opgezet. “Want als wij het niet doen, doet het ander het.”

Zondagmiddag namen we nog een toetje. Een soort van afterparty bij Oedipus in Noord. Smullen van de zure dames van Goose Island, slechts onderbroken door een kanjer van een Jester King of een topper van een Sahtipaja of een kneiter van een hamburger.

Enfin. Martin Bril wist het al: je mist meer dan je meemaakt. We hadden nog zoveel andere activiteiten kunnen ondernemen. De 4-daagse kermis zit vol met diners met zure-bieren-pairing, interessante lezingen, mooie bieren en leuke mensen. Voor wie het zien wil, is er zoveel te beleven met dat gerstesap. En daar zit ‘m ook gelijk de kneep. Want is Carnivale B alleen voor de incrowd? De geeks? Ons-kent-ons? Het gevoel bekruipt me soms wel een beetje. Het lijkt me een lastige maar mooie taak voor de organisatie, voor wie ik luid applaudisseer, om te kijken in welke mate er sprake is van een kaasstolp-effect. En vervolgens of en hoe daar onder vandaan te komen.

Hoe dan ook, wie dit leest en er niet bij was: zet het nu alvast in je agenda voor volgend jaar. Dit mag en wil je niet missen als biergekkie.

Bovenste plaatje: Carnivale Brettanomyces Facebook pagina

Reageren is niet mogelijk